De onderstaande klinische richtlijnen voor buikligging zijn gebaseerd op klinische studies, op bewijzen gebaseerd onderzoek en beproefde werkwijzen in ICU's met uitgebreide ervaring met het op de buik leggen van patiënten in kritieke toestand.

Klinisch onderzoek heeft laten zien hoe effectief buikligging is bij het verbeteren van de oxygenatie (Gattinoni, 2001) bij ARDS-patiënten. Twee studies van recenter datum, waarvan één gebruik maakt van het RotoProne™ Therapiesysteem, hebben aangetoond dat een behandeling met buikligging het sterftecijfer van ARDS-patiënten kan verlagen wanneer die vroegtijdig en langdurig wordt toegepast (Mancebo, 2006 en Davis, 2007). Hoewel de resultaten zullen verschillen en er geen garantie is voor een specifieke patiënt, heeft buikligging in zijn algemeenheid laten zien dat dit:

  • De mobilisatie van pulmonale secreties vergroot en zodoende de doeltreffendheid van fysiotherapeutische technieken optimaliseert (Chatte, 1997)
  • Het risico van iatrogene longaandoeningen die voortvloeien uit mechanische beademing, verkleint (Broccard, 1997)
  • Het risico van beademingspneumonie verkleint (Brazzl, 1999).

Reactie cliënten op behandeling met buikligging:

Circa 75% van de ARDS/ALI-patiënten reageert met een betere oxygenatie (Ware, 2000). Maar hoelang de patiënt op zijn buik moet liggen voordat er een reactie optreedt, kan wisselen. Patiënten worden als reageerders gecategoriseerd op basis van de volgende criteria (Chatte, 1997 en Jollet, 1998):

  • Toename van PaO2 van meer dan 10 mmHg na 30 minuten buikligging.
  • Toename van de verhouding PaO2/FiO2 van meer dan 20 of 20% binnen twee uur nadat de patiënt van rug- naar buikligging is gedraaid.

Patiënten worden als niet-reageerders gecategoriseerd op basis van de volgende criteria (Chatte, 1997 en Jollet, 1998):

  • PaO2 was ongewijzigd na buikligging

Opmerking: als de eerste poging met buikligging geen positieve reactie teweegbrengt voor wat betreft oxygenatie, sluit dat verdere pogingen met buikligging ter verbetering van de oxygenatie niet uit. Er wordt melding gemaakt van patiënten die bij de eerste poging niet reageerden en die dat wel deden bij volgende pogingen met buikligging en een verbetering van de PaO2 lieten zien (McAuley, 2002).

Frequentie en duur van de behandeling met buikligging:

Er zijn geen standaardrichtlijnen te geven voor een optimale duur of frequentie van de buikligging. Hoewel er bij langdurige buikligging een vergroot risico voor een ernstige huidafbraak en andere ernstige complicaties bestaat, kunnen patiënten in buikligging blijven zolang als zij die positie kunnen verdragen, tot maximaal 20 uur per dag (Jollet 1998, Stocker, 1997).

De duur van de buikligging en frequentie van buik- en rugligging kan van patiënt tot patiënt wisselen. Raadpleeg de behandelend arts voor voorschriften over frequentie en duur van buikligging en volg eventuele, in instellingen opgestelde, protocollen.

Factoren voor vroegtijdig ingrijpen:

Het vroegtijdig opstarten van therapie (binnen 24 uur) tijdens de ontwikkeling van ARDS kan de resultaten van patiënten verbeteren (Pappert, 1994, Vollman, 1997). Er is bewijs ter ondersteuning voor buikligging van de patiënt zodra hij aan de criteria voor ARDS voldoet (Pappert, 1994).

Het is belangrijk om het ICU-personeel te trainen en op te leiden in het vroegtijdig erkennen van tekenen en symptomen van longcomplicaties, de praktische toepassing van buikligging en de toepassing van een specifiek therapiesysteem. Voor het RotoProne™ Therapy System adviseren wij om de patiënt in buikligging te plaatsen binnen 24 uur nadat de P/F-ratio onder de 200 dreigt te raken.

Alvorens met de behandeling met buikligging te beginnen:

  • De behandelaar moet samenwerken met een multidisciplinaire commissie en een arts om de noodzaak van een therapie met buikligging vast te stellen.
  • De behandelaar moet de patiënt en de familie van de patiënt over de therapie en het principe achter een buikligging informeren (zie Informatie voor patiënten en familie over het RotoProne™ Therapy System).
  • De maatregel van buikligging moet, voordat hiermee kan worden begonnen, door een arts worden voorgeschreven.